­

Een dubbelinterview over verschillen in achtergrond en omgaan met sterven en nabestaan

Op de lange tafel staat de koffie al klaar. Helene Vooys en Melvin Chang schuiven aan in de grote leren stoelen. Er ontvouwt zich een rustig en openhartig gesprek over sterven en nabestaan. Met veel persoonlijke ervaringen en waardering over en weer.

Helene Melvin

Helene is 51 jaar en geboren in Katwijk aan Zee. “In een kerkelijk gezin mag je wel zeggen”, lacht ze. Haar vader ging elke zondag twee keer naar de kerk. Daar heeft Helene niet onder ‘geleden’. “Niet zoals Maarten ’t Hart heeft geleden onder het geloof… .” Ze kijkt er met een goed gevoel op terug. Helene heeft rechten gestudeerd in Leiden en is daarna in Amsterdam bij een grote bank gaan werken. Twintig jaar heeft ze al met al in het bankwezen gewerkt. Maar gaandeweg merkte Helene dat ze geen voldoening meer haalde uit haar werk. Ze begon zich steeds meer af te vragen waar het nu eigenlijk allemaal om ging. Of dít nu was waar ze haar werkplezier uit moest halen? Ontwikkelingen in haar privéleven droegen bij aan dit gevoel en ze besloot tot een drastische verandering van haar carrière. Helene specialiseerde zich in erfrecht en treedt nu op als nalatenschapsjurist. Ze helpt mensen bij het voorbereiden en afwikkelen van nalatenschappen. Daarnaast behartigt ze als bewindvoerder, curator en mentor de materiële en immateriële belangen van mensen die bijvoorbeeld geen familie hebben of waarbij de familie het onderling niet eens kan worden. Ze trekt echt op met mensen in de laatste levensfase en zit bij hen aan het sterfbed.

Melvin is zichtbaar verrast door de werkzaamheden van Helene. ‘O, jij werkt eigenlijk elke dag met dit soort vraagstukken?”, stelt hij bewonderend vast. “Dat geldt niet voor mij”, voegt hij er schielijk aan toe. De dood is wel een belangrijk onderwerp in zijn leven. Het raakt ook aan de studie geneeskunde die hij heeft gedaan. Melvin is geboren in Suriname, in Paramaribo. Zijn familie komt oorspronkelijk uit de stad Shenzhen in het zuiden van China. Op zijn 12de is hij naar Nederland gekomen. Hij is nu 55 jaar. In Amsterdam studeerde Melvin geneeskunde maar is niet afgestudeerd als arts. Na zijn studie besloot Melvin de horeca in te gaan; in de loop der jaren heeft hij verschillende Chinese restaurants gehad. Naast zijn horecawerk is Melvin altijd actief geweest binnen de Chinese gemeenschap in Den Haag. Vooral in de sociaal maatschappelijke hoek. Melvin is ook jarenlang één van de trekkers geweest van de ontwikkeling van China Town in Den Haag. Nu doet hij vooral culturele projecten voor de Chinese gemeenschap. Melvin reist ook veel naar China en onderhoudt veel contacten met mensen in Shenzhen.

De dood als taboe
Net als veel Surinamers is Melvin katholiek opgevoed. Zijn ouders waren dat van oorsprong uit China natuurlijk niet. Katholiek werden zij vooral uit praktische overwegingen. “Chinezen zijn heel praktische mensen.” Als katholiek had je toegang tot de katholieke school en die stonden in de jaren zestig veel hoger aangeschreven dan andere scholen. Voor wat betreft sterven en nabestaan klinkt de oorsprong uit China door in Melvin’s opvoeding. Het gebied rond de stad Shenzhen, in het zuiden van China is vrij onherbergzaam. De stad was vroeger een vissersdorp met een heel primitief en op landbouw georiënteerd achterland. Mensen waren daar erg terughoudend en over de dood werd niet gesproken. Ook niet over zaken die met de dood te 

Melvinmaken hebben zoals het opmaken van testament en uitvaartverzekeringen. “Je praat er niet over want dat is het onheil over je afroepen.” En zo was dat thuis bij Melvin ook. Een overlijden was vaak wel een dramatische gebeurtenis in de familie. De dood was iets donkers, boezemde angst in. Ook een vraagstuk als ‘hoe lang behandel je iemand door in een uitzichtloze situatie”, is een bijzonder moeilijk onderwerp onder Chinezen. Vanuit haar dagelijks werk kent ook Helene dit thema goed. Zij legt dat tijdens haar begeleidingswerk eigenlijk gelijk op tafel door te vragen wat mensen in dergelijke situaties zelf willen. Is er een euthanasieverklaring? Tot hoe ver zou een behandeling moeten gaan? Helene moet, als mentor of gevolmachtigde van mensen, dat ook echt weten. Zeker als mensen door dementie onbekwaam zijn geworden.

In de Chinese gemeenschap is het gebruikelijk om mensen tot het laatste door te behandelen. Al is het nog maar een week langer. Maar Melvin geeft aan dat er wel een kentering zichtbaar is in de laatste tien jaar. Het besef dat het in bepaalde gevallen zinloos is om zo lang door te behandelen groeit; zeker in Chinese gemeenschap in Nederland. Het is nog niet heel gangbaar, maar men wordt er wel losser in. Maar in China zelf: als je geld hebt behandel je gewoon door. Allerlei medicatie wordt intraveneus toegediend om iemand maar een paar maanden langer te laten leven.

Na de dood
Van kinds af aan gelooft Helene dat na de dood de ziel het lichaam verlaat. Dat heeft Helene ook echt wel gezien: het lege lichaam. De persoon is overleden; de persoon is er niet meer want de geest is weg. Dat laatste is voor Helene in de loop der jaren wel wat veranderd. De geest is nu meer iets dat voor haar blijft bestaan. Helene memoreert een bijeenkomst waarin verteld werd hoe een boeddhistische vrouw aangaf wat er na haar overlijden moest gebeuren: “…laat mijn lichaam drie uur met rust en doe ramen open zodat mijn geest de gelegenheid krijgt om het lichaam rustig te verlaten.” Voor Helene is dat een belangrijk gegeven dat haar altijd is bijgebleven: de gedachte dat het niet klaar is na het overlijden. Iemands geest leeft voort in een andere dimensie.

Melvin moet daar een beetje om grinniken. “Het grappige is dat voor Chinezen het leven na de dood eigenlijk voortgezet wordt.” In Nederland kennen het we begrip van de voortlevende ziel; Chinezen zien meer dat het leven als geheel voortgezet wordt; “Opa is dood maar hij waakt nog over ons”. Elk jaar gaan Chinezen offeren voor de dode en praten ook tegen de dode. De band met de dode blijft gewoon bestaan. Ook weer een heel praktische beleving. Niet een abstractie zoals ‘de ziel’ maar de persoon blijft als dode onder de mensen.

Levenservaring
In zijn persoonlijk leven heeft Melvin veel met de dood te maken gehad. In zijn familie overleed in één jaar tijd zijn Opa, een neefje van vier jaar en vervolgens zijn eigen vrouw. Dat waren grote klappen waar hij en zijn familie niet op toegerust waren. “Zoiets verwacht je niet.” Hij was toen zelf nog vrij jong. Als zoiets hem nu zou overkomen heeft hij meer levenservaring en kan het dan wellicht beter verwerken. “Als je zo jong bent, denk je dat je al je plannen gelijk door het toilet kunt spoelen.”

HeleneDe waarde van levenservaring herkent Helene ook. Zij had haar werk 30 jaar geleden ook niet kunnen uitvoeren zoals ze nu kan. Soms gaan gebeurtenissen in het werk bij haar onder de huid zitten. Vooral als het misgaat in familierelaties. Kortgeleden lag een redelijke jonge man op sterven. Aan zijn sterfbed liet hij een notaris komen die zijn testament moest opstellen. Maar dat leek meer een wraakoefening op alle mensen die dichtbij hem stonden. Zijn vrouw en dochter onterfde hij en benoemde zijn nicht tot erfgenaam. Dat greep Helene aan. Hoe komt zo’n man daartoe? Zij had hem graag als cliënt gehad voordat hij hiertoe kwam. Om met hem te kijken of dat ook nog anders op te lossen was geweest.

Helene kan de balans in de zakelijke en emotionele kant van dit soort gevallen goed bewaken. Ze is gewapend voor het leven omdat zij zelf niet een heel makkelijke jeugd heeft gehad. Helene is daarover niet verbitterd. Het maakt dat moeilijke mensen haar niet afschrikken en zij met allerlei soorten mensen kan omgaan.

Gesprekken over de dood
Pas toen in 1995 in Nederland zijn Opa overleed kreeg Melvin voor het eerst meer met rituelen te maken. “En dan zie je dat er eigenlijk nauwelijks nagedacht is over wat je doet rond sterven en dat alles een beetje bij elkaar gesprokkeld wordt. Hoe kleed je iemand aan en wat geef je mee in de kist?” Chinese families weten heel weinig over de dood en gaan ook anders om met de benadering van dood en sterven. Dat hangt ook af van de religieuze achtergrond. Sommige families zijn meer Boeddhistisch, andere weer meer christelijk en daar heb je dan koorgezang bij de uitvaart en Bijbellezingen.

Melvin vindt de vraag waarmee hij hier aan tafel is uitgenodigd een hele mooie. Vooral ook omdat er binnen de Chinese gemeenschap zo gezwegen wordt over het onderwerp. En het zou mooi zijn als een interview als dit, over dit voor Chinezen zware onderwerp makkelijker bespreekbaar maakt. Melvin is echt op zoek naar een manier om dit soort gesprekken op gang te brengen. De vergrijzing neemt toe, mensen worden meer dan 80 jaar oud en die zijn deels erg hulpbehoevend. Het aanbod voor hulp sluit vaak niet aan bij de vraag. Kinderen hebben er geen tijd meer voor. Dus de vereenzaming slaat toe. Ze kunnen al niet meer zoveel en willen dan een beroep doen op de kinderen. Maar dat lukt dan niet. Mensen worden er depressief van. Dat gesprek zou voor de Chinese gemeenschap veel meer gestalte moeten krijgen. En dat sluit eigenlijk heel goed aan bij de doelstelling van Dood gewoon in Den Haag.

Tot nu toe heeft het Dood gewoon in Den Haag geen relatie met een gemeenschap zoals de Chinese. Helene geeft aan dat de taal die je met elkaar spreekt daarin een hele belangrijke is. Je komt als Dood gewoon in Den Haag al moeilijk binnen door het begrip ‘dood’ in de naam. Je zou kunnen starten met bijvoorbeeld een dialoogbijeenkomst waarin je met elkaar praat over wat mensen hebben meegemaakt rond het sterven van anderen. Je moet dan niet direct beginnen over ieders eigen situatie rond sterven; dat maakt het voor mensen wat veiliger om het gesprek te voeren. Melvin bevestigt dit. Bijvoorbeeld zo’n documentaire ‘Langs de oevers van de Yangtze’ van Terlou, over rituelen bij de dood maakt het voor mensen makkelijker. Tegelijk geeft hij aan nog nooit mensen en leiders binnen de gemeenschap zich hebben horen uitspreken over hun ervaringen met de dood. Daarover is de Chinese gemeenschap heel gesloten. Mensen voelen zich er onprettig over. Je hebt een meer lossere manier nodig om een onderwerp als de dood binnen de gemeenschap aan de orde te stellen.

Het is aan de jonge generatie
Maar ook in de adviessfeer is er eigenlijk een grote behoefte. Als er iemand doodgaat is er niets geregeld omdat er bij leven niet over gesproken wordt. Dan breekt de hel los in de familie onder meer over het regelen van de nalatenschap. Helene kan hierover meepraten; zij heeft dergelijke situaties meegemaakt; waarin mensen niets hadden geregeld en de familieleden elkaar vervolgens de tent uitvochten. Melvin geeft een voorbeeld: “Veel ouders hebben een eigen huis maar leven van een kleine AOW. Ze hebben dan weinig meer te besteden. Ze willen het huis nalaten aan de kinderen terwijl ze zelf daarvoor 20 jaar zitten te creperen. Hadden ze het eerder verkocht, hadden ze ook langer een fijner en makkelijker leven gehad. Daar moet je dus op tijd met elkaar een gesprek over hebben.

Dergelijke veranderingen moeten in de Chinese gemeenschap vooral van de jongere generatie komen; zij moeten meer met elkaar over het stervensproces praten. Mensen moeten ook door voorlichting en lezingen beter geïnformeerd worden over het opmaken van een testament. Jongeren praten daar makkelijker over. Zij zouden dat ook meer samen met ouderen moeten doen. Dat gebeurt nu nog veel te weinig. Melvin vindt dat je ook meer kan laten zien van de bijzondere Chinese rituelen bij begrafenissen. “Als bijvoorbeeld een Chinese man begraven wordt, gaat hij in een mooi pak. Maar...het pak heeft zakken met gaten”, lacht Melvin. Het verhaal gaat dat de overledene daarmee als het ware laat zien dat hij niets meeneemt; dat hij alles nalaat aan zijn nabestaanden. “Dat zijn mooie verhalen die je kinderen kunt vertellen”. En daarmee kinderen ook ‘vertrouwd’ maken met de dood. Bij het bezoek van het graf van familieleden zie je bij Chinezen steeds meer dat gezinnen er een uitje van maken. Kinderen gaan mee; steken met elkaar vuur aan, kaarsen en wierook. En daarna ergens lekker eten. Dat soort rituelen maken het makkelijker om met elkaar na te denken en te praten over de dood.

Jan Booij
Ron Schumacher

­